De uitvaartliturgie in de vorm van een woord- en gebedsdienst bestaat uit drie grote delen in het kerkgebouw: de opening van de dienst, de dienst van het woord en de afscheidsliturgie.
Opening van de dienst
Processie met kist of urne
De opening van de dienst start met de processie met de stoffelijke resten van de overledene. De kist of de urne wordt naar voren gedragen. De nabestaanden brengen hun geliefde in het huis van God. Alle gevoelens die hiermee gepaard gaan mogen aanwezig zijn. Alle verdriet, pijn, onmacht en woede brengen de nabestaanden mee. Het wordt mee gedragen door de geloofsgemeenschap van de Kerk. Het wordt neergelegd voor de God van leven en liefde.
De voorganger vertegenwoordigt de gastheer. Aan de kerkpoort verwelkomt hij de overledene als lid van de grote familie van de Kerk. Door het doopsel maakt de overledene immers deel uit van de kerkgemeenschap. Iedere gedoopte mag zich thuis voelen in het kerkgebouw.
Traditioneel begeleidt het gregoriaanse ‘Requiem’ de processie. Dit is een bede om rust voor alle overledenen. Het gebed geeft betekenis aan de beweging in de richting van het altaar. Dat de hele Latijnse mis in grote tertstoonaard is geschreven, maakt iets duidelijk van de hoop waaraan de liturgie gestalte geeft.
Begroeting en welkom door de voorganger
Als iedereen heeft plaatsgenomen, krijgt de voorganger het woord. Hij hoeft de liturgie niet meer te starten. De processie is een belangrijk onderdeel van het liturgische gebeuren. Daarom schrijft de orde van dienst geen kruisteken voor. De begroeting is bijbels. ‘Genade en vrede’ bijvoorbeeld. De voorganger spreekt deze woorden niet namens zichzelf uit maar namens de God die in deze kerk gevierd wordt.
In de verwelkoming komt de voorganger wel persoonlijk aan bod. De orde van dienst benadrukt dat de vorm en de inhoud van deze boodschap aangepast moeten zijn aan de omstandigheden. Geen standaardformule dus maar een aanspreking van de concrete groep mensen die in de liturgische ruimte verzameld zijn.
Aanwezig stellen van de overledene
In de liturgie plaatst een geloofsgemeenschap zich tegenover de God van Jezus. Tijdens een uitvaart vindt dit gebeuren plaats rond de stoffelijke resten van een overleden geliefde. Het is goed bij het begin van de dienst voor ogen te krijgen wie deze overledene was. Een nabestaande of de voorganger kunnen hier het woord nemen om de persoon van de overledene op te roepen. Niet het curriculum vitae moet hier klinken, noch een biografie. Het kan volstaan mensen ertoe te brengen eigen herinneringen tot leven te laten komen. Het is zeer belangrijk aan de nabestaanden duidelijk te maken dat ze zich niet verplicht moeten voelen om dit te doen. Anderzijds is het de taak van de voorganger er over te waken dat dit onderdeel van de dienst niet zo groot wordt dat het de rest van de dienst overschaduwt.
Lichtritus
Vanaf het begin van de dienst is de brandende paaskaars prominent aanwezig in de ruimte. Dit is het symbool van de aanwezigheid van de Verrezen Christus. Onze traditie richt zich tot Jezus Christus als bron van hoop op leven over de grens van de dood. In Hem is de Eeuwige zichtbaar geworden, de uiteindelijke bestemmeling van elke mens.
Dit licht schijnt nu ook over de overledene. Daarom brengen we de vlam van de paaskaars tot bij de stoffelijke resten. Kaarsen worden aangestoken bij de kist of de urne. Een lied of een tekst kan dit begeleiden. Ook stilte kan op dat moment heel indrukwekkend zijn.
Het is niet de bedoeling dit gebeuren helemaal uit te leggen tijdens de dienst. Ook als mensen de betekenis van de symboliek niet vatten, voelen ze wel de diepgang van de handeling.
Gebed om ontferming
Het kan goed en passend zijn op dit moment van de dienst een belijdenis van schuld en een bede om vergeving te doen. In een aantal omstandigheden is dit een belangrijk onderdeel van het proces. Als één of andere vorm van kwaad uitdrukkelijk aanwezig is in het leven van de overledene of in de relaties met de nabestaanden, kan dit moment zuiverend werken en de weg open maken naar verzoening en heling.
Niet in elke uitvaartliturgie is dit echter nodig. Het kan voldoende zijn om ontferming te bidden: God smeken om zijn liefdevolle aanwezigheid in moeilijke omstandigheden. Dit hoeft niet met een grote omhaal van woorden. Een samen gezongen ‘Heer ontferm U’ volstaat in vele gevallen.
Openingsgebed
Namens alle aanwezige gelovigen richt de voorganger zich tot de God van de bijbel. Dit is een smeekgebed om aanwezigheid en om erkenning van wat er leeft bij de aanwezigen.
Dienst van het woord
Lezing uit de Schrift
In de liturgie leest de Kerk uit de bijbel. Velen stellen zich hierover vragen. Zij ervaren deze teksten als moeilijk en verouderd. Andere teksten zijn populairder omdat ze verteerbaar zijn en aansluiten bij menselijke emoties. Zeker de eerste lezing wordt gemakkelijk vervangen door een profane tekst. Dit is een verarming van de liturgie.
De liturgische dynamiek is gebouwd op de ontmoeting tussen God en mens. Een groep mensen verzamelt zich om aan God voor te leggen wat in hen leeft. Tijdens dit gebeuren mogen deze mensen ook een antwoord verwachten. Onze God richt zich tijdens de liturgie tot ons. Dit gebeurt op verschillende manieren. Eén van de belangrijkste is de taal waarin onze God zich kenbaar heeft gemaakt: de bijbelse woorden. ‘Genade en vrede’ zegt de voorganger bij het begin van de dienst. Dit is een bijbelse boodschap van God voor alle aanwezigen. Deze taal schraagt het geheel van de liturgie. Het moment bij uitstek waarop de aanwezigen mogen uitkijken naar een woord van God is de woorddienst.
De teksten van de woorddienst worden niet gekozen op basis van hun schoonheid, hun emotionele lading of hun band met het leven van de overledene. De startvraag voor de keuze van de teksten is: ‘God, wat hebt Gij ons te zeggen nu wij hier zitten met ons verdriet?’
De evangelietekst speelt hierin een belangrijke rol. Maar de bijbel is veel groter dan de evangelies. En de boodschap van Godswege verliest aan rijkdom als de bijbelse inbreng enkel uit de vier evangelies komt. Wie het lectionarium van de uitvaartliturgie leest, ontdekt dat heel wat oudtestamentische teksten verrassend dicht bij de ervaring van de treurende mens staan.
Het is een hamvraag voor de hedendaagse Kerk: geloven wij nog dat onze God tot ons spreekt door de bijbelse taal? Als het antwoord ‘ja’ is, mogen wij deze stem niet zomaar schrappen op het cruciale moment van de uitvaartdienst.
Lied of psalm of muzikaal intermezzo
De antwoordpsalm is de geëigende manier om te reageren op de eerste lezing in de liturgie. Wij voegen ons in het koor van het bijbelse Godsvolk en zingen hun geloofsliederen mee. Ook in een uitvaartliturgie kan dit een buitengewoon diepe betekenis krijgen.
Op dit moment is de antwoordpsalm echter geen prioriteit voor onze uitvaarten. Eerst moet hieraan gewerkt worden tijdens de zondagseucharistie. Zolang de eucharistische gemeenschappen deze bijbelse antwoordvorm niet gewoon zijn, heeft het weinig zin ze op te leggen aan de mensen die in onze kerk bijeenkomen bij gelegenheid van een uitvaart.
Een muzikaal intermezzo geeft niet enkel de ruimte om de eerste lezing te verwerken en zich klaar te maken voor het evangelie. Het kan ook een moment zijn van verdieping en verbondenheid.
Lezing uit het Evangelie
In Jezus Messias zien wij het uiteindelijke perspectief van elk mensenleven. Hij treedt op ons toe in de woorden van het evangelie. Het evangelie vertegenwoordigt het hoogtepunt van de ontmoeting tussen God en mens.
Homilie
De bedoeling van de homilie is niet dat de voorganger een persoonlijke boodschap uitspreekt voor de nabestaanden. Het is ook geen grafrede over het leven van de overledene. Het is een woord van verkondiging. De bijbelse boodschap moet vertaald worden. Ze moet connectie krijgen met het leven van de overledene en de situatie van de nabestaanden. De inhoud van de preek hangt op de eerste plaats af van de inhoud van de lezingen. Wat heeft God ons hier en nu te zeggen? In die zin spreekt de predikant namens God.
Om connectie te krijgen met de aanwezigen moet de predikant natuurlijk vertrekken van de situatie. Wie zijn hier samen? Wat hebben deze mensen meegemaakt? Hoe geef ik als predikant iets door van kracht, moed en hoop?
Het is echter belangrijk te beseffen dat niet alleen de naaste familie en vrienden van de overledene aanwezig kunnen zijn. De homilie richt zich niet enkel tot degenen onder groot verdriet gebukt gaan. Ook sympathisanten die de overledene nooit ontmoet hebben of parochianen die altijd aanwezig zijn behoren tot het gezelschap. De verkondiging is ook tot hen gericht.
Stille tijd
Het is belangrijk dat de dienst niet overvol is. Mensen moeten de tijd krijgen tot stilte te komen. De tijd na de homilie is daarvoor geschikt. Ook op andere momenten kan dit gepast zijn.
Voorbede afgesloten door samen gebeden onzevader
Het gezelschap van aanwezigen legt zijn gebedsintenties voor aan de God die net opnieuw aan het licht is gekomen in de bijbelse boodschap. Deze bedes hebben betrekking op de realiteit van dat moment. Anderzijds mag het bidden niet enkel gefocust zijn op deze ene overledene en de naaste familie. Verbondenheid en solidariteit met een bredere groep mensen is een belangrijk aspect van elke liturgie.
De voorganger neemt de gebedsintenties op en legt ze voor onze God om vervolgens het aanwezige gezelschap uit te nodigen zich te verbinden in het gebed dat mensen van overal en van alle tijden samenbrengt: het onzevader.
De afscheidsliturgie
Ook als de uitvaartliturgie plaatsvindt in het kader van een eucharistie vormen de afscheidsrituelen het hoogtepunt van de dienst. Hier ligt het hart van de kerkelijke uitvaartliturgie.
Groet aan de overledene
Tijdens de eucharistie is de offergang een belangrijke liturgische handeling. Mensen komen naar voren om gestalte te geven aan hun deelname aan de eucharistie. ‘Hier ben ik’, zeggen wij, ‘ik bied mijzelf aan. Ook ik maak deel uit van het grote lichaam van Christus.’ Deze participatie kwam traditioneel tot uiting door het aanraken van het pateen en door het offeren van geld. De cent die in het mandje wordt geworpen is symbool van de persoon die het geld geeft.
Tijdens de zondagseucharistie is deze handeling niet meer gebruikelijk. In plaats van naar voren te komen, blijven mensen zitten tot iemand met het mandje langskomt. De liturgische kracht en het symbolische belang van deze handeling dreigt verloren gegaan. Enkel in de uitvaartliturgie is deze beweging gebruikelijk gebleven. Dat komt omdat het offerkarakter langzaam vervangen is door de groet aan de overledene.
Deze realiteit past helemaal in de opbouw van de uitvaartliturgie als woord- en gebedsdienst. Het ultieme afscheid is ingezet. Ieder afzonderlijk krijgt nu de gelegenheid naar voren te komen en een groet te brengen aan de overledene. Wie wil kan de hand leggen op een verrijzenissymbool dat wordt aangeboden door de voorganger. Waar een gedachtenisprentje wordt aangeboden, krijgt ieder het op dat moment overhandigd. Via een symbolische gift kunnen mensen hun deelname tonen aan het gebed voor de overledene.
Woorden van afscheid
Na de groet kan iemand van de nabestaanden het woord nemen om afscheid te nemen van de overledene. Zoals bij het aanwezig stellen van de overledene, hoeven nabestaanden zich niet verplicht te voelen iets te zeggen. Evenzeer is het hier belangrijk ervoor te zorgen dat dit deel niet te lang duurt.
Lied
Nu staan allen op. Als het ruimtelijk mogelijk is, gaan allen staan rond de kist of de urne. Dit wordt het hoogtepunt van de uitvaartliturgie. Als de dienst plaats heeft rond de urne, wordt in een schaal wierook gebrand.
Allen zingen een lied dat iets uitdrukt van het verlangen dat in ons leeft en van de hoop die ons is toegezegd. Samen zingen is een ontzettend belangrijk onderdeel van elke liturgie. Op vele plaatsen wordt het moeilijk om dit op een kwaliteitsvolle manier te doen. Dit is wellicht de grootste en belangrijkste uitdaging van onze liturgie vandaag. In het slechtste geval kan men beroep doen op ‘Door de wereld klinkt een lied’. De elfde CD uit deze reeks is speciaal gemaakt om samenzang te begeleiden tijdens de uitvaartliturgie.
Afscheidsrituelen
In stilte besprenkelt en bewierookt de voorganger het lichaam van de overledene, het lichaam dat zoveel jaar geleden ook met water is gedoopt.
De symbolische verwijzing naar de doop is slechts zinvol als de dienst zich afspeelt rond het lichaam. Bij een urne hoort geen besprenkeling of bewieroking. Een bloemenhulde kan een mooi alternatief zijn.
De voorganger sluit dit deel af met een kort gebed.
Processie
De stoffelijke resten van de overledene wordt nu gedragen naar de laatste rustplaats. De liturgische dienst eindigt hier niet. Het gebeuren verplaatst zich slechts. Daarom is er geen zending en zegen.
Het ‘In paradisum’ verwoordt en verklankt wat er gebeurt: we vertrouwen onze geliefde overledene toe aan zijn bestemmeling.